Patiëntveiligheid: topprioriteit

‣‣‣ Ga terug...
‣‣‣ Commune: Medische Wetgeving en Overheid

(Pub: 24 nov 2011) ‣ Source: www.nieuws.be

Vlaams minister Jo Vandeurzen heeft beslist het overheidstoezicht op de ziekenhuizen grondig te hervormen. Ziekenhuizen zullen in de toekomst niet meer om de gemiddeld 5 jaar door auditoren van de Vlaamse Zorginspectie doorgelicht worden maar frequenter en onaangekondigd. Er zal minder de klemtoon gelegd worden op het toetsen van structurele onderdelen van een ziekenhuis en meer op zorgtrajecten die de patiënt doorloopt in een ziekenhuis. De ziekenhuizen zullen minder administratieve lasten ondervinden naar aanleiding van het toezicht door Zorginspectie. Bovendien zullen erkenningen aan ziekenhuisdiensten kunnen worden verleend voor onbepaalde duur, tenzij problematische situaties hiervoor een tegenindicatie zouden vormen. In dat laatste geval blijven erkenningen slechts voor een bepaalde duur gelden.
 
Accreditatie wint alsmaar aan terrein binnen de ziekenhuiswereld. Onze Vlaamse ziekenhuizen volgen daarmee niet enkel een internationale tendens, maar tonen zo vooral aan dat zij voortdurend wensen te professionaliseren. Dat komt de kwaliteit van de zorg – en dus uiteindelijk de patiëntveiligheid - ten goede, en kan de Vlaamse overheid dus enkel aanmoedigen. Het overheidstoezicht zal rekening houden met het feit of ziekenhuizen al dan niet geaccrediteerd zijn of een dergelijk proces aan het doorlopen zijn.

Aangezien accreditatieorganisaties zich richten op brede organisatiedoorlichtingen, kan Zorginspectie zich in haar toezicht dan concentreren op de vraag of er dag na dag een voldoende kwaliteitsniveau gehaald wordt in de concrete zorg aan de patiënt.

Zorginspectie zal de zorg gespreid in de tijd inspecteren. Dat zorgt niet alleen voor recentere maar ook voor meer valide toezichtsresultaten. Het risico op louter een momentopname neemt daarmee dus af.

Het is dus niet langer zo dat eens om de 5 jaar het globale ziekenhuis wordt geïnspecteerd; op gezette tijden wordt een bepaald zorgtraject onder de loep genomen. De overheid inspecteert dus misschien frequenter, maar gerichter, en zonder dat het ziekenhuis zich intensief moet voorbereiden of het hele ziekenhuis belast wordt.

Na het inspecteren van zulke zorgtrajecten (bijvoorbeeld het heelkundig zorgtraject of het zorgtraject ‘moeder en kind’) wordt een rapport opgemaakt, dat op zijn beurt kan leiden tot beleidsinitiatieven (verschuiving van aandachtspunten, prikkel tot formuleren van goede praktijken).

De Zorginspectie zal het overheidstoezicht ook gedifferentieerd toepassen: in ziekenhuizen waar verbetering mogelijk is of waar het risico op onverantwoorde zorg het grootst is, zal Zorginspectie gerichter inspecteren.

Wat een voldoende niveau van kwaliteit van zorg moet zijn, wordt in overleg met de sector uitgewerkt in een referentiekader dat de kwaliteit van zorg uittekent. Ook wordt momenteel hard gewerkt met de ziekenhuissector en de zorgverstrekkers aan een reeks kwaliteitsindicatoren die de cruciale kwaliteit van zorg opvolgen en op basis waarvan ziekenhuizen zich ten opzichte van elkaar kunnen positioneren.

De minister heeft ook besloten om te gaan werken met erkenningen van onbepaalde duur. Op die manier wordt tijd vrijgemaakt die de overheid en de sector nu besteden aan de administratieve erkenningscyclus die kan besteed worden aan nieuwe vormen van kwaliteitsborging.

Zo wordt uitvoering gegeven aan het Vlaamse Regeerakkoord, waarin wordt gepleit voor een synergie tussen overheidstoezicht en private accreditatieorganisaties en wordt gesteld dat het nieuwe toezichtsmodel een duidelijke plaats moet geven aan accreditatie.