Onderzoek verdubbelt het aantal gekende erfelijke risicofactoren voor multiple sclerose

‣‣‣ Ga terug...
‣‣‣ Commune: Medisch Onderzoek en Ontwikkeling

(Pub: 31 aug 2011) ‣ Source: www.ms-sep.be

Wetenschappers hebben 29 nieuwe erfelijke risicofactoren voor multiple sclerose opgespoord. Dit zorgt voor cruciale inzichten in de biologie van deze erg ingrijpende aandoening. Veel van de risicofactoren geïdentificeerd in deze studie spelen een rol in het immuunsysteem en zorgen voor meer inzicht in de immunologische mechanismen die aan de basis van deze ziekte liggen.

Dit onderzoek werd uitgevoerd door een internationaal team van onderzoekers die hun krachten bundelen in het International Multiple Sclerosis Genetics Consortium en het Wellcome Trust Case Control Consortium en werd geleid door de universiteiten van Cambridge en Oxford. Vanuit België droegen onderzoekers van de K.U.Leuven en clinici van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven en het Nationaal Multiple Sclerose Centrum in Melsbroek onder leiding van professor An Goris en professor Bénédicte Dubois van het Laboratorium voor Neuroimmunologie van de K.U.Leuven bij tot deze studie. Ze rapporteren hun bevindingen vandaag, 11 augustus, in het tijdschrift Nature. Het is meteen de grootste genetische studie over multiple sclerose ooit, waarin bijna 250 onderzoekers uit verschillende landen het erfelijk materiaal bestudeerden van 9772 personen met MS en 17376 gezonde controlepersonen.

Multiple sclerose of MS is één van de meest voorkomende neurologische aandoeningen onder jongvolwassenen. Er zijn ongeveer 10 000 personen met MS in België en 2,5 miljoen wereldwijd. De ziekte wordt veroorzaakt door schade aan de zenuwen en de isolerende myelinelaag errond in de hersenen en het ruggenmerg. De getroffen zenuwen functioneren niet meer goed en sterven uiteindelijk af, wat problemen kan veroorzaken bij alledaagse activiteiten zoals zien, wandelen, voelen, denken en controle van darm en blaas. De bevindingen die vandaag gerapporteerd worden, richten de aandacht op de cruciale rol van het immuunsysteem in het veroorzaken van de schade en helpen de aanval van het immuunsysteem op de hersenen en het ruggenmerg van personen met MS te verklaren.

In de studie bevestigen de onderzoekers de rol van 23 eerder gekende erfelijke risicofactoren en identificeren ze 29 nieuwe erfelijke variaties die mee de aanleg voor de ziekte bepalen en 5 variaties waarvoor er een sterk vermoeden is, wat het totaal aantal gekende erfelijke risicofactoren verdubbelt tot meer dan 50. Een groot aantal van deze risicofactoren zijn variaties in genen die een sleutelrol spelen in het immuunsysteem, bijvoorbeeld in de functie van de T-cellen (een type van witte bloedcellen dat verantwoordelijk is voor de afweer tegen bacteriën of virussen maar ook een rol speelt in de reactie tegen het eigen lichaam in auto-immuunziekten) en de activatie van interleukines (boodschapper-eiwitten tussen verschillende types immuuncellen). Opmerkelijk is dat voor een derde van de risicofactoren voor multiple sclerose een rol in de aanleg voor andere auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Crohn en type 1 diabetes) al gekend was. Dit toont aan dat dezelfde mechanismen een rol spelen in meer dan één type auto-immuunziekte.

Eerder onderzoek suggereerde een verband tussen vitamine D tekort en een verhoogd risico op multiple sclerose. De onderzoekers vonden nu, naast de risicofactoren die een rol spelen in het immuunsysteem, ook twee risicofactoren die zorgen voor de omzetting van vitamine D. Dit leidt tot meer inzicht in het verband tussen erfelijke factoren en omgevingsfactoren die beide een rol spelen in multiple sclerose.

De mate waarin de erfelijke risicofactoren het risico van een persoon op multiple sclerose verhogen, is te klein om bruikbaar te zijn voor voorspellingen over wie de ziekte wel of niet zal krijgen. De studie laat echter toe patronen te zien in welke immunologische cellen en eiwitten cruciaal zijn in het ontstaan van de ziekte. Deze kennis is van belang voor een beter begrip van multiple sclerose en het verbeteren van de behandeling.

Professor Alastair Compston van de Universiteit van Cambridge, die de groep onderzoekers van het International Multiple Sclerosis Genetics Consortium leidde, zegt: “Het ontrafelen van de basis voor de erfelijke aanleg voor een ziekte zorgt voor betrouwbare inzichten in de ziektemechanismen. Ons onderzoek besluit een al lang lopend debat over wat er nu eerst gebeurt in de complexe reeks gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot de beperkingen die optreden in personen met multiple sclerose. Het is nu duidelijk dat multiple sclerose eerst en vooral een aandoening van het immuunsysteem is. Dit heeft belangrijke implicaties voor toekomstige behandelingsstrategieën.”

Professor Peter Donnelly van de Universiteit van Oxford, die aan het hoofd stond van de onderzoekers van het Wellcome Trust Case Control Consortium, voegt hieraan toe: “Onze bevindingen benadrukken de waarde van grote genetische studies om cruciale biologische mechanismen voor veel voorkomende ziektes te begrijpen. Deze studie was eenvoudigweg niet mogelijk zonder een uitgebreid internationaal netwerk van onderzoekers en zonder de deelname van vele duizenden personen die met deze ingrijpende ziekte geconfronteerd worden.”