7 tips om uw peuter goed (of beter) te doen slapen

‣‣‣ Ga terug...
‣‣‣ Commune: Algemene Geneeskunde en Gezondheid

(Pub: 15 mrt 2016) ‣ Source: www.maguza.be

Het gaat niet goed met de gemiddelde nachtrust van jonge ouders: maar liefst 60 procent geeft aan 's nachts geregeld uit bed te moeten voor hun kroost (van 1 tot 3 jaar). De oplossing voor die malaise? Die ligt in de eerste plaats in het verbeteren van de nachtrust van de kinderen zelf, zo zegt de Christelijke Mutualiteit. En dáár zijn gelukkig een heleboel hulpmiddelen voor.

Eén op drie kinderen krijgt ooit te maken met slaapproblemen. Soms ligt er een medische oorzaak aan de basis - zoals slaapapneu, eczeem of een allergie - maar in de meeste gevallen blijkt het toch om een 'aangeleerd' probleem te gaan. "Vaak zien we dat baby's of jonge kinderen niet alleen kunnen inslapen omdat ze dat simpelweg niet door hun ouders aangeleerd kregen", zegt professor en kinderarts aan het UZA, Stijn Verhulst.

Op zich goed nieuws dus, want een 'verkeerdelijk' aangeleerd gedragspatroon, valt - mits de juiste aanpak - ook weer af te leren. Met volgend stappenplan brengt u uw kind binnen de kortste keren dan ook weer een gezond slaapritme bij.

1. Zorg voor structuur

Een eerste vereiste voor een normaal slaaprite is structuur. Zorg ervoor dat het onderscheid tussen dag en nacht duidelijk is. Wanneer dat - door het vroege uur of het late avondlicht - in het gedrang dreigt te komen, sluit de kamer dan extra goed af met behulp van luiken of gordijnen. Zorg er ook voor dat de overgang niet al te bruusk verloopt: bereid je kind erop voor dat het bijna tijd is om naar bed te gaan.
Probeer daarbij een vast uur aan te houden: elke dag op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, geeft het kind regelmaat en houvast. Neem voor de die aanloop bovendien de tijd en las vlak voor het slapengaan vooral geen al te opwindende activiteiten meer in. Het helpt ook wanneer u als ouder zelf rustig bent, en niet de indruk geeft op te zien tegen het hele 'naar bed'-gebeuren.

2. Bouw een vast slaapritueel in

Om de overgang van de activiteit van alledag naar het slapengaan te vergemakkelijken, kan het helpen een vast ritueel in te bouwen: wassen, pyjama aandoen, tanden poetsen, verhaaltje voorlezen, etc. Zo maak je zoon- of dochterlief alvast mentaal klaar voor de nachtelijke rust. Welke activiteiten er precies doorlopen worden, kan aangepast worden aan de leeftijd van het kind.
Zorg er wel voor dat het ritueel niet eindeloos lang wordt: bereken op voorhand een bepaalde duurtijd en en probeer je daar ook aan te houden. Laat het kind zeker niet te veel ruimte om te rekken door de aandacht naar andere dingen af te leiden.

3. Zorg voor zo min mogelijk afleiding

Een slaapkamer dient om te slapen, niet om in te spelen of te leven. Weer speelgoed en andere dingen die het kind in verleiding zouden kunnen brengen om weer actief aan de slag te gaan daarom zoveel mogelijk uit de slaapkamer. Ook computers, televisieschermen, tablets en mobieltjes horen er niet thuis. Zorg er bovendien voor dat de kamer koel is, maar niet koud (18° Celsius is ideaal) en probeer lawaai buiten te sluiten. Laat de deur van de slaapkamer op een kier. Bij kinderen met angst voor het donker kan een klein lampje redding brengen.

4. Wakker de zelfstandigheid van uw kind aan

Om ervoor te zorgen dat kinderen makkelijk zelfstandig kunnen gaan slapen, zorg je best overdag al voor een stabiele en veilige sfeer in huis, met voldoende aandacht voor de noden van het kind. Dat geeft het zelfvertrouwen en dát helpt dan weer om zelfstandig te gaan slapen. Leer het kind ook van begin af aan om zelfstandig in te slapen: wacht niet tot het slaapt alvorens de kamer te verlaten, dat maakt het in een latere fase immers moeilijker daar weer vanaf te stappen.

5. Wees consequent

Wordt uw kind toch wakker 's nachts, ga dan niet bij de eerste kik kijken wat er aan de hand is, maar wacht ook niet tot het helemaal overstuur is. Houd het troostmoment altijd zo kort en saai mogelijk, maak zo weinig mogelijk licht en lawaai, begin zeker geen lange uitleg en haal uw kind niet uit zijn of haar bed. Spreek als ouders samen één strategie af, en houd je daar beiden aan. Als dat mogelijk is, kies er dan voor de ouder te sturen die het makkelijkst 'nee' tegen het kind kan zeggen.

6. Geef scheidingsangst geen kans

Een vaak voorkomend probleem bij lagere schoolkinderen is een angst om te gaan slapen. Meestal komt die angst voort uit de angst om gescheiden te worden van de ouders. Geef het kind daarom overdag voldoende warmte en aandacht, zonder er daarbij overmatig op betrokken te zijn (of al te veel angstvallig in zijn of haar buurt rond te hangen). Dat vergroot het veiligheidsgevoel van het kind en het vertrouwen om 'op eigen benen' te kunnen staan.
Ook het meegeven van een knuffel of een favoriet dekentje kunnen helpen om scheidingsangsten te overwinnen. Die objecten doen dan dienst als aangename en veilige dingen waaraan kinderen een soort van 'vervangende functie' kunnen toekennen.

7. Laat ruimte voor uitzonderingen

Dat u uw kind in een moeilijke periode - bijvoorbeeld bij ziekte - wat extra aandacht geeft, is volstrekt normaal en volmondig aan te raden. Laat de uitzonderingen de regel echter niet overnemen: wanneer het ziek zijn voorbij is, keer dan zo snel mogelijk terug naar de 'normale' gang van zaken.